Victor Horta, a lost world

De tentoonstelling die het Autriquehuis inricht, belicht de sleutelmomenten uit de carrière van Victor Horta. Veel van zijn magistrale werken verdwenen intussen onder de sloophamer.

Het is moeilijk te vatten dat een architecturaal patrimonium, dat door tijdgenoten onvoorwaardelijk geprezen werd omwille van het technisch vernuft en de materiaalkeuze, op amper enkele jaren tijd zo verguisd kon worden.

Het initiatief kadert in de hernieuwde belangstelling voor de Art Nouveaustijl, die vooral in Brussel al jarenlang merkbaar is. Het verhaal van de Art Nouveau zou zelfs genoeg stof vormen voor een moderne fabel.


Biografie

Horta wordt precies 150 jaar geleden, op 6 januari 1861, geboren te Gent. Vanaf zijn twaalfde waren zijn gedachten vol van architecturale zaken. Tot 1891 is hij, met onderbrekingen, tewerkgesteld bij de architect van de Koninklijke Serres, Alphonse Balat. Balat, die hem de kennis bijbracht van wat echt klassiek was. De (dankzij Balat verworven) bestelling van het Lambeaux-tempeltje (achterin het Jubelpark) in 1889 vormt het échte begin van zijn carrière. Horta is 32 jaar oud wanneer Eugène Autrique en Emile Tassel hun vertrouwen in hem stellen. De plannen die hij voor beide bouwheren uitwerkt, stellen Horta in staat om een nieuwe architectuur te bedenken, getypeerd door een zich losmaken van stijlen en een doorgedreven toepassing van zichtbare materialen.

Bestellingen voor burgerwoningen volgen elkaar op : Frison, Winssinger, Solvay, Van Eetvelde... tot zelfs het Volkshuis in 1895, besteld door de Belgische Werkliedenpartij, en de kindertuin, die Horta op last van Brussels' burgemeester Karel Buls mag bouwen in de Marollen.

In 1898 heeft Horta voldoende middelen vergaard om zich in de Amerikaansestraat te Sint-Gillis een eigen woonst annex atelier te bouwen. Hij staat op het hoogtepunt van zijn kunnen, zowel op het vlak van de architectuur, als op het vlak van decoratie en meubelontwerpen. Horta is de favoriete architect van dat ogenblik. En rijft daardoor ook bestellingen binnen voor een aantal grootwarenhuizen : Innovation, Grand Bazar, Wolfers.

Horta gaat nu ook lesgeven en wil de architectuuropleiding aan de stedelijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel hervormen. Het zal niet van een leien dakje lopen. De eerste wereldoorlog komt roet in het eten strooien. Horta wijkt uit, eerst naar Groot-Britannië, en van daar naar de Verenigde Staten. Na zijn terugkeer uit Amerika is zijn architectuurvisie compleet gewijzigd. In plaats van opdrachten die ongelooflijk veel werkuren vergen van gespecialiseerd personeel, kiest hij nu resoluut voor een veel eenvoudiger architectuur. De oorlog heeft het concept artistieke woning van de kaart geveegd. Horta verkoopt zijn woning en atelier en vestigt zich in de Louizalaan in een gebouw, dat hij aanpast aan zijn noden. Hij tekent de eerste schetsen voor het Paleis voor Schone Kunsten en herwerkt zijn plannen voor het Centraal Station.

Horta is, niettegenstaande de vele eretitels die hem te beurt vallen, een verbitterd man geworden. Hij beseft als geen ander dat de Art Nouveau heeft afgedaan, en verbrandt dan ook een groot deel van zijn archief, vooraleer het tijdelijke met het eeuwige te wisselen op 8 september 1947.

Alle commentaren in deze tentoonstelling werden ontleend aan de « Mémoires » van Victor Horta, die door Françoise Aubry aangehaald werden in haar boek « Horta, architect van de Art Nouveau », verschenen bij Ludion (Brussel, 2005). De citaten worden steeds in cursief weergegeven.

 

Thematiek

Het Volkshuis

Joseph Stevensstraat (Emile Vanderveldeplein), Brussel

Horta wilde ‘een paleis' bouwen dat geen paleis zou zijn, maar een ‘huis' met veel licht en lucht, want op die ‘luxe' hadden de arbeiders eindelijk recht ; een huis dat voldoende ruimte zou bieden voor de administratie, de kantoren en een café waar de consumpties in overeenstemming zouden zijn met de aspiraties van de leiders, die het alcoholisme bestrijden. Verder moeten er leslokalen komen voor de vormingsprojecten en, als kroon op het werk, een ‘reusachtige' vergaderzaal voor politieke bijeenkomsten en congressen van de partij en ook voor muziek- en toneelgroepen ter ontspanning van de leden.

Het Volkshuis werd op 1 april 1899 ingewijd. Door de verbouwingen van 1911 en 1912 verloor het zijn dominant rode kleur. In 1965 volgde de afbraak. Delen, waarvan men dacht dat ze nog zouden kunnen dienen, werden gedemonteerd en ondergingen een ware lijdensweg. Op een paar stukken na, waaronder deze die hier tentoongesteld werden, is alles nu verdwenen.


Anna Boch

Anna Boch, kunstenares en erfgename van het gelijknamige faïencebedrijf, gaf Horta in 1895 de opdracht om bepaalde delen van haar woning aan de Gulden Vlieslaan 75 onder handen te nemen.

Dat de constructieve logica van het ornament geen pure fantasie is, tonen de opeenvolgende ontwerpen voor de tapijten. Het is vrij uitzonderlijk om zoveel schetsen te zien van Horta, die gedurende drie jaar aan dit project schaafde.

De verbouwingsplannen worden bewaard in de gemeentelijke archieven van Sint-Gillis; de tapijtontwerpen worden bewaard in de archieven van het Hortamuseum terwijl de schets van de hand van Anna Boch, in het Schaarbeekse Huis der Kunsten berust.

De grootwarenhuizen

Horta wist een opmerkelijk evenwicht te scheppen vanaf de voorgevel. Net zoals dat al gebeurde voor het Volkshuis, was dat ook voor het grootwarenhuis A l'Innovation in de Nieuwstraat het geval. Horta was van oordeel dat « een constructie nooit een completere en trouwere toepassing was van het principe dat de gevel de resultante moet zijn van het interieur. » De voorgevel, die lange tijd verborgen zat achter een schijnfront, kwam weer te voorschijn tijdens en na de verschrikkelijke brand van de Innovation, in 1967.

Voor de winkel van juweelontwerper Wolfers in de Arenbergstraat werd een complex programma tot een goed einde gebracht. Door dat plan uit te voeren en daarbij artistiek en constructief het onderste uit de kan te halen, kon ik laten zien dat ik had geleerd hoe ik mijn ervaring en deskundigheid zo kon aanwenden dat iedereen er wel bij voer. De ingewikkelde metaalstructuur, die van verdieping tot verdieping verschilde, zorgde ervoor dat Horta een aantal ongewone plannen uitdacht. Behoorlijk vertimmerd, zijn in de Wolferswinkel vandaag een aantal diensten van de KBC-bank ondergebracht.

Het enig overblijvende grootwarenhuis te Brussel, waarvoor Horta de plannen mocht uittekenen, betreft de Magasins Waucquez in de Zandstraat. Vandaag huist het Belgisch Centrum voor het Stripverhaal in deze gebouwen.

Het Congopaviljoen

Horta was vooral in het jaar 1898 actief met het uitwerken van de plannen voor dit paviljoen, dat op de wereldtentoonstelling van Parijs van 1900 had moeten staan, maar in de projectfase bleef steken.


Aubecqhuis

Louizalaan 520, Brussel

Het Aubecqhuis was één van de realisaties, waarop Horta het meest fier was. Nog nooit (was) een klant en een architect elkaar zo dankbaar en nog nooit (hield) een gezin zo eensgezind van het huis waarin ze blijkbaar heel graag leefden.

De woning werd in 1950 afgebroken, net als heel wat andere herenhuizen langs de Louizalaan, trouwens. De meubels vonden hun weg naar allerhande musea en verzamelaars. Een deel van de voorgevel wordt nog steeds bewaard in een Schaarbeekse loods, in afwachting dat (een deel van) de woning opnieuw zou opgebouwd worden. Hier ziet u twee projecten, die door architectuurstudenten van La Cambre werden uitgewerkt in de jaren 1970.

Infos

Date : 2011-04-08
End date : 2012-04-15
Expositions
Victor Horta, a lost world

Het Autrique huis

Adres

Haachtsesteenweg 266
1030 Schaarbeek
België

Openingstijden

Woensdag tot zondag,
van 12 tot 18 uur
(Laatste toegang 17:30).

Gesloten tijdens de feestdagen.

 

Prijs

Volwassenen: € 7,00
Groepen, senioren, studenten € 5,00
Kinderen, Schaerbeek € 3,00
Artikel 27: € 1,25