1943-1986

In 1954
Midden in de oorlog huurt de meubelmaker Jean-Pierre Linster het huis. Het gelijkvloers en de eerste verdieping worden omgevormd tot toonzalen voor de meubelen die in de ateliers enkele straten verder gefabriceerd worden.
De kelders en de tweede verdieping behouden hun woonfunctie. Het dienstmeisje bewoont een speciaal ingericht zolderkamertje.
Het is niet toevallig dat juist een meubelverkoper besluit om zich in het
Autrique-huis te vestigen. Linster kent de reputatie van Victor Horta en denkt terecht dat het huis de ideale plek is voor het aanprijzen van zijn luxemeubelen.
Gedurende al die jaren leidt het huis twee parallelle levens die zich nauwelijks met elkaar vermengen: het langzame ritme van het winkelgedeelte en het ritme van het leven van alledag. De manier waarop door het huis wordt bewogen is heel bijzonder : de keukenkelder en de tweede verdieping worden gebruikt door de familie die de mooie kamers van het gelijkvloers en de eerste verdieping bewaart voor het tonen van de meubels.
Het huis is ook een fantastisch speelterrein voor de dochter van de meubelfabrikanten. Zij en haar echtgenoot nemen de winkel in de jaren ‘80 over.
Het is zeker de meest stabiele periode die het huis gekend heeft : veertig rustige jaren om klanten te ontvangen.
De Linsters verlaten het huis in 1986 om zich even verderop te vestigen, terwijl het Autrique-huis nog eens van eigenaar verwisselt.